The real-life Dutch Barge “Jan Willem” by Bas van Nispen

- (original text not translated)


Up/terug

De restauratie van de beurtvaarder Jan Willem (1922) in vogelvlucht





Een beeldbepalend Amsterdams schip wordt behouden voor de toekomst






Amsterdam, januari 2003

Restauratieplan m.s. Jan Willem (1922)


Eerst zal ik mijzelf even voorstellen. Mijn naam is Bas van Nispen, ik ben 23 jaar en studeer Wetenschapsdynamica aan de Universiteit van Amsterdam (laatste jaar). Ik ben geboren en getogen op een woonboot aan de Amstel in Amsterdam. Tot 1988 heb ik gewoond op een Groninger Steilsteven, daarna op een ark. Vanaf 1984 zijn mijn ouders in het bezit van de monumentale ex-stoomsleper Adriana (1911) met een hele mooie 3 cil. Industrie dieselmotor. Sinds 1994 ben ik in het gelukkige bezit van een opduwertje uit 1934 met een Blauwe Deutz. Mijn voorliefde voor oude industriële schepen is mij dan ook met de paplepel ingegoten. Met veel hulp van vooral mijn vader heb ik inmiddels een hele hoop vaardigheden ontwikkeld op het gebied van staalwerk en motortechniek. Veel steun krijg ik ook van mijn vriendin, moeder, broertje en van Gerard, een vriend van ons die vroeger een scheepswerf had.


In november 2001 heb ik de beurtvaarder “Jan Willem” (ex Onderneming) gekocht. Het scheepje is 21,20 meter lang, 4 meter breed en ongeveer 1,10 meter diep. De originele stuurhut hebben we reeds gerestaureerd en demontabel gemaakt. Dit resulteert in een kruiphoogte van 2 meter. Het schip is in 1922 gebouwd bij “scheepsbouw en reparatiewerfHet Zwarte Water” te Zwolle (337B Zwolle 1928) en was voorzien van een Deutz gloeikop dieselmotor (RME 327 uit 1921) van 24 pk. Ze meet 54,25 ton.


Mijn hele leven lang ben ik woonachtig geweest op een woonboot aan de Amstel nabij begraafplaats Zorgvliet. Al minstens 20 jaar lang lagen er twee boten tegenover ons aan de andere kant van de Amstel. Na een botenruil kwam de Jan Willem te koop te liggen. Aangezien ik het bootje al heel lang kende heb ik besloten het schip te kopen. Op deze foto is te zien hoe het schip eruit zag toen ik hem kocht (de foto is gemaakt tijdens de proefvaart).

Sinds 1996 is het schip niet of nauwelijks meer onderhouden en in de jaren daarvoor heeft zij voornamelijk gediend als afhouder/opslagplaats voor het schip dat ernaast lag.


De Jan Willem werd in 1922 gebouwd en is tot 1946 eigendom geweest van de heer De Waardt uit Zwanenburg. De Waardt heeft er van alles mee gedaan. De Waardt begon als beurtschipper en vervoerde stukgoederen van het Singel in Amsterdam naar Zwanenburg en vice versa. Als beurtschipper slaagde Cornelis de Waardt echter niet in om een droge boterham te verdienen. Vrij snel ging schipper De waardt over op een andere lading. In zijn glorietijd heeft het schip voornamelijk graan (bulkgoed) en heel soms meel (in zakken) vervoerd van en naar Meelfabriek Holland in Amsterdam. In de oorlogsjaren heeft schipper De Waardt (samen met zijn zoon) rondvaarten verzorgd over de Haarlemmerringvaart. Mensen werden dan een hele dag rondgevaren voor f 2,50 per persoon. Meestal was er dan ook een orkestje aan boord.


De Waardt was de 1steeigenaar en tevens opdrachtgever voor de bouw (kosten f 9250,- zie bijlage 2). Ten tijde van de bouw was hij 23 jaar (net zo oud als ik nu) en hij heeft zich diep in de schulden moeten steken (net zoals ik nu). Hij kwam uit een familie van zandschippers uit Capelle a/d Ijssel. Aangezien hij 7 broers had was hij genoodzaakt voor zichzelf te beginnen. Hij is toen “geëmigreerd” naar Zwanenburg en heeft de boot laten bouwen. Inmiddels heb ik contact met de zoon van de 1steeigenaar; de heer De Waardt uit Zwanenburg. Op deze foto is te zien hoe de Jan Willem eruit zag vlak na de bouw.



Het schip werd gebouwd zonder stuurhut en met een los -en laadmast. Zoals ik van de heer De Waardt heb vernomen heeft zijn vader er vrij snel na de bouw (ca. 1927) een stuurhut op gezet. Tevens heeft hij de los –en laadmast verwijderd. Op de onderstaande foto is de Jan Willem te zien in de periode rond 1930; zeer waarschijnlijk geladen met graan.

De stuurhut wil ik dan ook behouden aangezien het schip vrijwel zijn gehele leven heeft gevaren met deze hut. De restauratie van staal –en houtwerk is inmiddels achter de rug. Gelukkig konden we het oude hout nog gebruiken. Toen ik het schip kocht groeiden er mos en gras in het hout en vielen de gaten in het staal maar na een heleboel schuur, krab -en laswerk is het geheel er weer mooi uit gaan zien. Op deze foto is het resultaat te zien:

Het terugbrengen van een los –en laadmast heeft ook een hoge prioriteit in mijn restauratieplan. Het vinden van een geschikte mast-giek combinatie en vooral een goede originele mastlier vergt echter veel zoekwerk en geluk.


Toen de eerste eigenaar in 1946 afstand deed van zijn schip (hij ging verder met zijn transportbedrijf – dat tegenwoordig nog steeds bestaat – maar stapte over naar het vervoer over de weg) kocht schipper Eveleens uit Aalsmeer het schip. Eveleens zou tot 1983 de Amsterdamse wateren bevaren met bloemen en plantjes voor de Bloemenmarkt te Amsterdam.


Op deze foto is de Jan Willem te zien in zijn functie als “laatste zelfvarende bloemenboot van de bloemenmarkt” op het Singel te Amsterdam (foto omstreeks 1965).

Van 1946 tot en met 1983 is de Jan Willem actief geweest onder de 2deeigenaar: de heer Eveleens uit Aalsmeer. Schipper Eveleens voer elke week éénmaal naar Aalsmeer, laadde het schip vol met bloemen en planten die hij vervolgens op de Bloemenmarkt te Amsterdam verkocht. Let ook op de stuurhut. Dit is nog steeds hetzelfde hout. Ik heb ook geprobeerd om contact te zoeken met Eveleens of nazaten van hem maar die heb ik niet kunnen vinden. Wel heb ik het vermoeden dat de (geklonken) verhoging van de den door Eveleens is uitgevoerd. Zoals te zien is op de bovenstaande foto is vóór de machinekamer de den reeds verhoogd.


In 1983 is de Jan Willem uit de actieve dienst gegaan en is verbouwd tot woonschip. De heer Cees Konijn (feitelijk jarenlang mijn overbuurman) werd de derde eigenaar en heeft het schip met zijn vrouw en twee kinderen bewoond. Op onderstaande foto is te zien hoe meneer Konijn een stalen dak aanbrengt op de oude den. Vroeger hebben er waarschijnlijk luiken op gelegen.

Een belangrijk item in mijn restauratieplan is het terugbrengen van een luikenkap en het vervangen van de ramen in het stalen dak (lelijk en niet erg “scheeps”) door mooie ramen die een betere functionaliteit hebben en mooier in een luikenkap passen.


Nadat Cees Konijn in 1996 zijn schip verkocht is het schip door de laatste 2 eigenaren behoorlijk verwaarloosd. De belangrijkste restauratiewerkzaamheden bestaan dan ook uit het repareren van “verrotte delen” zoals de onderstaande foto van een totaal verrot achterdek mooi illustreert.

Alles wat wij repareren brengen wij terug in de originele staat. We zettennooitplaatjes over een verrotte plek maar zetten het nieuwe materiaal er altijd in. Op die manier is de reparatie vrijwel onzichtbaar.


Nu zal ik het schip van achteren naar voren toe geheel bespreken.

Toen wij met het achterdek bezig waren stuitten wij op een totaal versleten/verrotte lieverschijf. Ook de hennekoker was dermate verrot dat we hebben besloten (om wateroverlast tijdens het varen te vermijden) om een nieuwe hennekoker aan te brengen. Op de onderstaande foto is te zien hoe we de lieverschijf hebben gerestaureerd. Hij kan er weer een jaartje of 50 tegenaan!

De roef is nog in originele staat. Helaas is er ooit brand geweest in de roef (ver voor mijn tijd) waardoor het interieur geheel is verwoest (snik!). Daardoor zijn ook de houten roefraampjes verwoest. Gelukkig ben ik erin geslaagd om op de sloop een paar hele mooie bronzen Rafa ramen te vinden. Na de ramen flink onder handen te hebben genomen (zie foto 4) hebben we ze in de roef aangebracht. Het was een mooi gezicht om de roef weer met raampjes te zien. Op deze foto is een stukje van een raampje te zien tezamen met het achterdek na de restauratie.

Op het moment wordt er door een vriend van mij (scheepstimmerman) een koekoek gemaakt voor op de roef (op de plek waar op de foto een wit luik ligt). Hij maakt de koekoek na van de onderstaande (oude) foto, want helaas is ook de koekoek gesneuveld tijdens de brand.

Het is de bedoeling om ook het interieur van de roef zo veel mogelijk terug te brengen in de ouderwetse staat zoals dat op een schip was. Dit zal gebeuren door het gebruik van traditioneel materiaal maar het moet wel voldoen aan de hedendaagse eisen van een slaapkamer. Het interieur van de roef moet rond de zomer van 2004 klaar zijn.


Als we verder naar voren lopen komen we bij de stuurhut. De restauratie van de stuurhut is inmiddels achter de rug. Dit staat aan het begin van dit verhaal beschreven. Met behoud van oud materiaal (hout) en vernieuwing van het staalwerk is de oude teakhouten hut gespaard gebleven en het is een fraai gezicht om het schip weer te zien met een mooie, gave stuurhut.


Nu komen we bij de machinekamer. Daar is een heleboel veranderd. Allereerst een kort verhaal van wat mijn plannen zijn met het schip. Ik wil het schip klaar maken voor bewoning maar ook geschikt maken om er lange reizen mee te maken. Zo ligt het in de planning om in maart 2005 een jaar weg te gaan. Mijn doel is om met de Jan Willem naar de Middellandse Zee te gaan. Helemaal binnendoor tot aan Marseille en dan even erop en eraf. Even de Middellandse Zee groeten met mijn oude Amsterdamse schuit.


De originele motor (zie onderstaande foto) stond nog in het schip toen ik hem kocht.

Deze motor heb ik zelfs nog aan de praat gekregen en ik heb er nog mee (proef)gevaren. Het was werkelijk een schitterend gevoel om met die oude dame te varen. De hoeveelheid rook en olie die er uit de uitlaat spoot, de lekke waterpomp, de rammelende koppeling en meer mankementen hebben mij echter doen besluiten om de oude motor uit het schip te halen en te vervangen door een meer gangbare motor. Ook bij de keuze voor een “nieuwe” motor heb ik rekening gehouden met de authenticiteit van schip en machine. Gekozen heb ik toen voor een Kromhout (Amsterdams dus!) 6LS (zie foto).

Deze motor was van de marine en is gebouwd in 1942. Bij 1000 RPM levert hij 60 pk. Bij deze motor heb ik een hydrolische 1:2,5 Kromhout keerkoppeling gevonden (zie foto).

Met een motor en een koppeling alleen ben je er nog niet. Hij moet ook nog worden ingebouwd. Dit gaat niet altijd even makkelijk. De oude motor heeft hele andere formaten als de nieuwe. De fundering moest dus worden aangepast. We hebben de fundering versmald en verbreed waar nodig. De oude fundering is zoveel mogelijk gespaard gebleven. Inmiddels staat ook de koppeling uitgelijnd en wel op zijn plek. Zie de onderstaande foto voor de huidige situatie.

Ook de schroef en de schroefas (volledig weggerot door het lange stilstaan) moesten worden vervangen. De oude gietijzeren schroef(Ø 72 cm)is vervangen door een 2dehands (vermaakte) bronzen schroef (Ø 96 cm). Op de onderstaande foto is de Jan Willem te zien op de helling bij Mulder te Zaandam in het najaar van 2002. Let ook op de mooi geveegde kont, de nieuwe schroef en de stuurhut.

De machinekamer zal worden uitgerust met een 4-tact watergekoeld Deutz aggregaat uit 1952 (24V dynamo) en een CV-ketel. Verder hebben we inmiddels twee dieseltanks gemaakt (elk 650 liter) van 4 mm staal geheel in de vorm van het schip. Momenteel zijn we bezig het stuursysteem te repareren. Er komt een staand stuurwerk in dat werkt via het aloude systeem van kettingen en schijven op een lieverschijf. De nieuwe motor moet voor de zomer van 2003 operationeel zijn.


Als we vanaf de machinekamer verder naar voren lopen, komen we bij het gedeelte dat ik voor het gemak het “ruim” noem. Aan het ruim hebben wij tot op heden niets gedaan. De denwand is (geklonken) verhoogd. Aangezien er in de huidige situatie maar net stahoogte is in het ruim, heb ik besloten de verhoogde den te handhaven. Zoals ik boven al vermeldde ga ik de ramen veranderen en een luikenkap aanbrengen. Tevens ligt het in de bedoeling om alle patrijspoorten (allemaal verschillende) te verwijderen en te vervangen door patrijspoorten en lichtranden die identiek zijn. Op de klinknaad waar de den verhoogd is, zit een heleboel roest en rottigheid. De stukken die slecht zijn wil ik vervangen door nieuw materiaal dat ikerinwil zetten of misschien wel wil klinken. De werkzaamheden aan het ruim wil ik uiterlijk in de zomer van 2004 af hebben.


Naast het staalwerk aan het ruim moet het ruim ook ingetimmerd worden als woning. Het intimmeren en alles wat daarbij hoort hoop ik rond de zomer van 2005 af te kunnen ronden.


Nu komen we op het voordek. De bolders die op het voordek stonden waren volledig weggerot. Er stonden er ooit twee maar toen ik het schip kocht was zowel de stuur –als de bakboord achterbolder afgebroken. Dit vroeg dus om restauratie. De situatie zoals die was toen ik het schip kocht is te zien op de onderstaande foto.

Bolders als deze zijn fraai om te zien (in goede staat) maar veroorzaken altijd een hoop ellende in de vorm van roest, gaten, troep en lekkages (door een doorgerot dek). Ik heb bij de restauratie van de bolders dan ook gekozen voor een duurzame oplossing (zie onderstaande foto).

Allereerst heb ikophet dek een plaat van 1 cm dik staal aangebracht. Die plaat heb ik basis aan het dek gelast en daarop heb ik vervolgens de nieuwe bolders (die ik heb gemaakt van stukken dikwandig pijp) geplaatst. Vervolgens heb ik er een kniebord op gemaakt en daarna heb ik ze met 4mm staal dichtgemaakt zodat er nooit meer rottigheid kan ontstaan. Tegelijkertijd heb ik het boeisel (dat ook helemaal weggerot was) vervangen maar heb het oude potdeksel (hollandprofiel) behouden waardoor de traditionele uitstraling behouden blijft.


Zoals ik boven al vermeldde ben ik ook van plan om een los –en laadmast en lier aan te brengen op het voordek. De oude mastfundatie zit er nog dus ik weet precies waar de mast moet komen. Een schatting van hoe lang dat gaat duren is moeilijk te geven. Het is afhankelijk van hoe snel ik een geschikte mast/giek/lier combinatie vinden kan. In principe is het wel de bedoeling dat het schip voor de zomer van 2006 een originele los –en laadmast heeft met een bijpassende lier. Tot die tijd moet de Jan Willem het doen met een “gewone” mast.


Als we op het voordek staan en we lopen verder naar voren dan moeten we een kleine opstap maken (ca 20 cm). Op het voordek stond toen ik het schip kocht alleen maar een oude fundering van de ankerlier (een stoklier). Gelukkig was het anker en de ankerketting nog wel aanwezig. Maar ook hier had de tijd zijn tol geëist. Het dek onder de ankerlier was verrot maar is inmiddels weer gerepareerd. Het anker was volledig “vastgeroest”. Inmiddels is het anker weer gangbaar. Ook met de restauratie van het voorschip ben ik afhankelijk van het vinden van een geschikte ankerlier (niet te groot/hoog). De bedoeling is dat het schip voor de zomer van 2004 weer een anker en ankerlier heeft.


Maar er was meer mis met het voorschip. Grote delen van de neus waren behoorlijk dun/gatenkaas. We hebben dus ook de punt onderworpen aan een uitgebreide restauratie waarbij we al het nieuwe materiaal in het oude materiaal hebben aangebracht. De onderstaande foto geeft een aardig beeld van de restauratie van de neus.

Zoals op de foto te zien is, gaan we ook de halfronde delen van het oude potdeksel vervangen. Dat is veel werk. Alle klinknagels moeten gerobd worden en dan moet het losgesneden worden van het platte deel van het potdeksel. Ook de stevenbalk was verrot en hebben wij vervangen (gedeeltelijk). Op de onderstaande foto is te zien hoe we het nieuwe plathalfrond aanbrengen.

Toen we met de punt bezig waren hebben we ook ontdekt dat het kluisgat, de dekdoorvoer van de ankerpijp en de ankerpijp zelf vol zaten met gaten en roest. We hebben dus de gehele pijp verwijdert. Het dek hebben we dichtgelast en het kluisgat in de romp ook. Een nieuwe pijp heb ik al, we moeten hem alleen nog aanbrengen. De oude plathalfronde afwerking van het kluisgat in de romp (meestal rood geschilderd waardoor mensen – zeker ik toen ik klein was - het altijd associëren met het “oog” van het schip) heb ik nog en die ga ik restaureren en hergebruiken maar de kraag bij dekdoorvoer ga ik nieuw maken van dik plaatstaal. Wanneer dit gaat gebeuren is afhankelijk van de beschikbaarheid van een ankerlier. Pas als ik een lier heb weet ik hoe de ankerbuis precies moet worden. Streven is om het hele ankergerei beschikbaar te hebben voor de zomer van 2004.


Het volgende project is het terugbrengen van het zogenaamde “kuifje”. Vroeger zat er een “klapmuts” op. Wij willen er weer een golfbrekertje op zetten dat er hetzelfde uitziet als de oude klapmuts maar dan zonder dat hij demontabel is. Op de onderstaande (oude) foto is te zien hoe het er vroeger uit zag. Het is de bedoeling dat het er in de toekomst ook weer zo uit gaat zien. Let ook op de mooie originele ankerlier.

Het kuifje moet voor de zomer van 2004 zijn aangebracht.


Voor zover ik kan overzien zijn dit ongeveer de plannen en voornemens voor de restauratie van dit historische schip dat zeker voor de Amsterdamse wateren beeldbepalend is geweest en dat –wellicht op een andere manier- nog steeds is. In bijlage 1 is het laatste vlakrapport (sept. 2002) bijgevoegd. Het vlak van het schip is heel dik gebouwd (7mm), de A-gang is 6mm gebouwd en het bovenwatergedeelte van de romp is 5mm gebouwd. De klinknagels zijn in de romp minimaal 1/2” en de spantafstand is ca. 30 cm. Bijlage 2 is een kopie van de kwitantie van aankoop. Hij is op 6 juni 1922 “betaald”.


Bijlage 1: vlakrapport van september 2002, Noord Nederlanden

Bijlage 2: kopie van aankoopbewijs uit 1922


©Bas van Nispen, jan. 2003






Achterpagina:



De restauratie van de Jan Willem (1922) in vogelvlucht











In het boekje dat voor u ligt vertel ik het verhaal van de Amsterdamse beurtvaarder Jan Willem. De geschiedenis van de boot; eerst als graanschip, later als bloemenboot en uiteindelijk als Amsterdams woonschip komt aan de orde. Ook de toekomst van het schip en de op handen zijnde restauratie van de beurtvaarder komen aan bod. Het gebruik van zowel oude als nieuwe foto’s geeft een beeld van de verschillende “levens” van dit stukje Oudhollands erfgoed.


Amsterdam, 28 januari 2003








Top