Beurtvaarder “Jan Willem”


Up/terug

de Bouw

de grote "Jan Willem"

Als kind logeerde ik in 1959 bij kennissen aan de Vliet in Voorburg (ZH). 's-Morgens werden mijn broer en ik gewekt door de geluiden van de beroepsvaart en binnen een week wisten wij de namen van de langsvarende schuiten blindelings op te noemen - herkend alleen aan het geluid van de langzame gloeikop- en dieselmotoren. Later zou ik van een Vlaming op de TV vernemen dat er twee categorieën bestaan: de "Tabak" en de "Pannekoek".– voorbeeld: eencylinder Deutz petroleummotor.

Hieronder een plaatje van het model van de beurtvaarder "Jan Willem" schaal 1:20 varend op de Zegerplas te Alphen aan den Rijn:



De "Jan Willem" is een oude beurtvaarder uit 1922 die ik op het Internet ben tegengekomen. De eigenaar / restaurateur was zo vriendelijk om mij te ontvangen en fotomateriaal ter beschikking te stellen zodat ik een heerlijke binnenvaartschuit kon gaan bouwen met mijn eigen naam erop.

Via de Nederlandse Vereeniging van Modelbouwers verkreeg ik een bouwtekening van een vrijwel identiek schip, zodat ik mij niet het hoofd hoefde te breken over de spantvormen.

Het model is van eenvoudig materiaal gemaakt dat na weinig bewerking ook nog authentiek aandoet: karton (gelamineerd met behulp van witte houtlijm).

De bouw , Kerst 2004 begonnen, duurde 2 jaar.



De gevaarlijke lading kan, inden noodzakelijk, zó overboord...



Het ankerlier is in het echt een vernuftig kunstwerkje. De houten steel wordt meestal opgeborgen en ontbreekt ook hier:



De "geveegde kont" siert menig vrachtschip - zagen zij er allemaal nog zo goed uit na 90 jaar!



De echte "Jan Willem" heeft tegenwoordig een 90cm bronzen schroef van moderne vormgeving om het vermogen van de krachtige motor goed over te kunnen brengen. Oorspronkelijk was het schip uitgerust met een gietijzeren exemplaar van kleinere diameter en minder gunstige vorm. Om het model goed te laten varen is gekozen voor een replica van de moderne schroef.



Schaalmodellen komen tot leven met poppen van mens en dier. Het uit hardhout gesneden figuur op de brug stelt een Aalsmeerse bloemenkoopman voor, tussen 1946 en 1983 de tweede eigenaar van het schip dat toen "Onderneming" heette.



De stuurhut van de "Jan Willem" is demontabel. Het dak bestaat uit 2 delen, in het midden gesteund door een dwarsbalk met afwaterings-geultje. De wanden en deuren zijn verwijderbaar c.q. neerklapbaar. Het aldus verlaagde profiel zorgt voor een ongehinderde doorvaart in de grachten van Amsterdam.



Het schip is oorspronkelijk ontworpen om stukgoed te transporteren naar oorden waar voor het laden en lossen hooguit een trekpaard beschikbaar was, en derhalve werd het voorzien van een flinke laadmast en -boom. T.b.v. ongehinderde doorvaart moesten deze strijkbaar zijn.



Achter de mastvoet staat een stoere, multifunctionele lier voor het hijsen en strijken van de mast en voor het laden en lossen van zware goederen.



Zodra de laadboom in de gewenste hoogtestand is gehesen met de boomtalie (touw van hennep) wordt deze gezekerd door middel van een staalkabel, de boomhanger. De boomhanger heeft een eigen liertje en een borgklem.



Grote stalen schijven onderin de mastvoet voor het hijsen en strijken ervan.



Lummelpot en rammelblok. De laadreep ontbreekt. Volgt u het nog? Bij de Landelijke Vereniging voor Behoud van het Zeilende Bedrijfsvaartuig LVBZB kunt u bijgespijkerd worden!



Bovenin de laadmast is een kleine en apart te strijken siermast te zien, de Steng. "Alleen voor het mooi, om tegen de wind in varend met een flinke snelheid een grote wapperende vlag te kunnen voeren en alle ouderwetse zeilschepen achter je te kunnen laten".



Omhoog