Veron Dealer


Up / terug

Begin jaren '90 overkwam mij een zekere zendingsdrang ten aanzien van mijn modelbouw hobby. Met een voorraadje simpele bouwdozen bood ik toeschouwers op bijeenkomsten meer dan alleen een enthousiast praatje en hoopte ik zieltjes te winnen voor de goede zaak. Vrij snel raakte ik in gesprek met een journalist die mij er toe overhaalde om mee te werken aan een artikel voor een populair wetenschappelijk maandblad. De reacties op het artikel overtroffen alle verwachtingen en aan de vraag van de vooruitbetalende klanten kon logistiek nauwelijks voldaan worden. Stress werd mijn deel.

Terwijl ik op toeleveranciers wachtte en oplossingen verzon voor alle onverwachte problemen, werd op een geleende PC van mijn werkgever een administratie gebouwd met Dbase3. Één van de aanvullingen op de standaard bouwdoos van het project was een voorgevormde cockpitkap die ik zelf maakte en ook dat moest in de avonduren klaargestoomd worden: met een balsahouten malletje en een oude broodrooster zijn pakweg duizend cockpitkapjes geperst. In ons schuurtje hing een penetrante plasticgeur en mijn echtgenote was hele middagen bezig met het bijknippen van de ruwe kapjes. Elke hoek en gat van ons rijtjeshuis was gevuld met kartonnen expeditiemateriaal. Dat mijn vrouw en kinderen het allemaal accepteerden begrijp ik nog steeds niet.

Een van de eerste bedrijfsaankopen bestond uit een stempeltje om post van afzenderinformatie te kunnen voorzien:

Er kwamen verschillende projecten. Op de speelgoedbeurs van Neurenberg ontdekte ik de “Hyper Cub” van DPR Models. Het leek een leuk model te kunnen worden met de versnellingskast achter de propellor, maar later zou toch blijken dat zowel ontwerp als het hout te wensen over lieten. Toch deed het mee in een publicatie en zijn er velen verkocht.

Behalve Engelse bouwdozen van Veron, Keil Kraft, Mercury, Ben Buckle, West Wings en DPR waren er ook Zweedse (Ackus) en Amerikaanse (Peck, North Pacific, John Bell) producten in het assortiment. Voor lijnbesturing en R/C waren er PAW en AE dieselmotoren en tenslotte waren er plastic propellors, spanlak, tissue en de eigen bouwtips-publicatie. Een en ander was te zien in de folder die als “direct mail” naar bestaande klanten gestuurd is.

Het derde en laatste project was het meest succesvolle, gezien vanuit de optiek van hobby-promotie. Voor het eerst was er sprake van een serieus beginnersmodel van goede kwaliteit en daarbij kwam dat er een flinke wedstrijd omheen georganiseerd werd. De Amerikaanse toeleverancier was enthousiast en kon productiepieken goed verwerken, maar om teleurstelling te voorkomen werd het aantal wedstrijd deelnemers aan een maximum gebonden.

Uiteindelijk werden er vele honderden bouwdoosjes verkocht, maar de volume bleek echter volledig afhankelijk van publicaties te zijn – met flinke pieken en dalen tot gevolg. Na 3 jaar besloot ik dat ik mijn bijdrage aan het verspreiden van het geloof wel had geleverd en hief ik het bedrijf op. Daarna kon ik mij gaan toewijden aan het zelf bouwen en soms laten vliegen van de veelal lastige “beginners”-modellen.



Omhoog