Sperry M1 Messenger


Up / terug

Een Tsjechische bouwdoos uit de jaren '90, ontworpen voor de Poolse Modela CO2 motor

De Modela motor (een vroege uitvoering), 0,27 cc cilinderinhoud..

Spanwijdte 580 mm

Lengte 495 mm

Massa 100 gram

Modela motor 0,27 cc

Hoewel door Modela onder eigen naam op de markt gebracht om de verkoop van het motortje te bevorderen, staat er op de tekening ook hoe het vliegtuigje voor rubber aandrijving geschikt gemaakt kan worden. De bouwbeschrijving bestond in het Tjechisch en het Duits. Het model was niet voor beginnelingen bedoeld maar toch redelijk eenvoudig gehouden omwille van een robuste constructie nodig voor vrije vlucht in de buitenlucht: zo werden vleugelstijlen weggelaten en werden de vleugels met elastiek aan de romp vastgezet om schade bij harde landingen te verminderen.

Het idee om dit model te bouwen ontstond na het voorstel om groepsgewijs een vloot gelijke modellen te construeren daar er toevallig 6 exemplaren van het oude bouwpakket voorhanden waren. Binnen een paar dagen ontstond een project waarbij er nieuwe, lasergesneden onderdelen verspreid waren de handleiding in het Nederlands was vertaald. Een nieuwe ontwikkeling is het opvoeren van details zoals de vleugelstijlen. Volgt er soms binnenkort een 3D-geprinte CO2 motor?

Omdat ik het graag simpel hou zal mijn model rubber-aangedreven zijn. De bouw begint met de rompzijkanten.

Soms lijkt het alsof de hele wereld overgestapt is op cyano. Het aanbrengen van secondenlijm met behulp van een opengeslepen naald (een heel kleiine vork) is een effectieve manier om hiermee snel en schoon te werken, maar mijn voorkeur gaat nog steeds uit naar met water verdunde witte houtlijm.

Met gebruikmaking van de door middel van laser uitgesneden onderdelen komt het kielvlak snel tot stand.

De tweede rompzijkant wordt direct over de eerste heen opgebouwd opdat deze gelijk blijven. De twee worden gescheiden door vershoudfolie waardoor zij niet aan elkaar vastplakken.

Iets aan de late kant toch maar ophangpunten voor de rubbermotor geplaatst, en wel één vak verder naar voren. De kortere rubbermotor heeft als voordeel minder neusballast en een eenvoudigere afstelling.

Voordat wij verder gaan maken wij de rompzijkanten netjes. Een schuurblok is hiervoor onontbeerlijk gereedschap en een oude glasplaat is dat eigenlijk ook. De randen van het schuurblok lopen schuin omhoog waardoor haken wordt voorkomen.

Hieronder worden de twee rompzijkanten aan elkaar verbonden. Rechthoeken van karton stutten de boel.

Het Zepto Creations.laserwerk past telkens perfect: hieronder de onderkant van de neus.

De in de bouwdoos geleverde staartslof is van plastic en de voorgestelde bevestigingsmethode niet overtuigend – dus doe ik het maar weer op mijn eigen manier met verenstaal, naald en draad.

De balkromp met bovenop losse spant segmenten. De cockpit krijgt vorm: de twee helften worden later nat gemaakt en daarna over de voorste spant naar elkaar toe gebogen. Zoals altijd is het belangrijk om de tekening goed te bestuderen en deze volledig te begrijpen alvorens aan het werk te gaan – in mijn geval komt het begrip soms nadat de lijm is gedroogd..

De cockpitrand en enkele hulpliggers van de romp zitten op hun plaats maar er zal wat extra indekking achter de cockpit nodig zijn om het bekledingsmateriaal ter plekke te kunnen bevestigen, geloof ik.

Tot nu toe is er niets van het originele bouwpakket verbruikt en omdat ik het maken van vleugelstijlen moet oefenen besloot ik om een middag hier aan te besteden. De keuze viel op staaldraad, later te voorzien van een beter profiel met wat balsa en misschien ook bamboe.

Daar de onderdelen uit de bouwdoos een perfect voorbeeld vormen valt het buigen van het staaldraad (1,0 mm) best mee.

Na veel gepieker is besloten om niet te solderen maar de verbindingen met garen en secondenlijm uit te voeren. Belangrijk is hierbij om de metalen delen vooraf iets op te ruwen.met een vijltje of fijn schuurpapier.

De stijlen krijgen langzaam hun vorm.

Hoe nu de vleugelbevestiging vast te maken aan de romp? De beroemde Engelse vrije vlucht (schaal) modelbouwer, Eric Coates, beschreef dit ooit in detail, maar nu moet deze kennis worden toegepast in een fragiel rubbermodel in plaats van een stevig motoraangedreven exemplaar met triplex spanten. Hieronder worden twee messingbuisjes bewerkt die dwars over de bovenste rompliggers zullen worden bevestigd. Met wat geluk kan de hele vleugelbevestiging dan zonder lijm aan de romp worden vastgemaakt waardoor deze afneembaar blijtt – handig voor reparaties en afstelling.

Hieronder liggen romp en vleugelstijlen ondersteboven op de bouwplank. Er komen nog twee aanvullende stijlen die schuin van boven naar de rompneus lopen – deze worden vertegenwoordigd door de “kleerhanger” waarvan de twee pootjes in messing buisjes passen. De messing buisjes zitten vast aan een stukje triplex in de vorm van een spantdeel.

Nog steeds ondersteboven: het stukje triplex met de twee messingbuisjes zit nu op zijn plaats vastgelijmd. Aanvullende versterkingen brengen krachten over op andere dwarsliggers van de romp.

Nu rechtop, de volgende onderdelen zijn te zien:

A1 en A2 zijn de korte, vertikale messing buisjes voor de voorste vleugelstijlen

B is het bevestigingspunt voor de middelste vleugelstijl op stuurboord (messing buis dat dwars door de romp loopt)

C s het bevestigingspunt voor de achterste vleugelstijl op stuurboord (messing buis dat dwars door de romp loopt)

Het neusstuk komt tegen het eerste schot aan te liggen en zit vast d.m.v. een doos en plug.

Het neusstuk is lekker groot en verhoudingsgewijs simpel maar de exacte vorm vergt geduldig schuurwerk.

Om domping en zijtrek apart in te kunnen stellen zonder constructie-aanpassingen is dit achterste lager bedacht met instelbare hoogte en zijbeweging.

1,5 mm bouten en moeren, 2,0 mm triplex en wat blik van een cigarettedoos uit de vijftiger jaren (Mills).

Om het vastmaken van de bekleding achter de cockpit te vereenvoudigen zijn er vulstukjes geplaatst tussen de hulpgordingen.

De schetsplaatjes waar het rondhout voor de vleugelbevestiging doorheen loopt dienen ook voor de bevestiging van de achterste onderstelpoten. In de oorspronkelijke Modela bouwdoos zaten kunststof moffen maar hier zijn de schetsplaatjes gedubbeld en lopen er messingbuisjes doorheen waar dan de onderstelpoten ingestoken worden.

Uit een vel kunststoffolie zijn een dertigtal schijfjes geknipt en van een 4 mm gat voorzien. De schijfjes worden als stapeltje op een bout geregen en met een moer vastgeklemd. In de boormachine en met behulp van oude vijlen en schuurlinnen wordt een cilindervorm gedraaid.

De kunststof schijven worden tussen balsa schijfjes op een rietje geregen om nepcilinders te verkrijgen.

Gelukkig zijn het er maar driie!

Onderstelpoten worden in de messingbuisjes in de romp gestoken en verbonden met een dwarsligger van naaldhout.

Buisjes van papier lossen veel probleempjes op. Hier geven zij vorm aan de zes “bougies” voor de motor. Later wordt een speld door de zachte balsahouten kern gedrukt om de bougie aan te cilinder vast te maken terwijl de “bougie kabel” onder de kop van de speld bevestigd wordt.

Elke cilinder heeft twee bougies. Dit was wellicht eerder een veiligheidsmaatregel dan een prestatie-gerelateerd onderdeel.

Om een of andere reden moest een van de uitlaatpijpjes een stuk langer worden dan de andere twee. Op deze motor zijn de uitlaatjes van plastic rietjes gemaakt zodat zij een beetje meegeven..

In de bouwdoos zitten vrij veel ABS onderdelen waaronder de wielen van het landingsgestel. Op mijn model worden deze van balsahout gedraaid – een laminaat van twee lagen (met gekruisde nerf). Een accuboormachine volstaat als draaibank.

Het model staat op zijn poten.

Waar ik meestal mee begin maar deze keer eindig: stabilo en vleugels..

Ribben en achterlijsten zijn door Zepto Creations voorgesneden met lasertechniek.

Nog steeds hou ik vast aan de oude manier van papierbekleding met gebruik van spanlak. Het te bekleden raamwerk wordt aan de buitenkant van een paar laklagen voorzien en tussendoor gladgeschuurd. Tenslotte wordt het papier (enigszins overmaats genknipt) eroverheen gelegd en vastgeplakt door er verdunner doorheen te strijken op die plaatsen waar het op gelakte delen rust. De lak gaat even vloeien en wordt nu ook in de tissuebekleding opgenomen. De verdunner verdampt snel. Hierna wordt met een verstuiver voorzichtig wat water op het papier gespoten opdat dit gaat krimpen en straktrekken. Tegen kromtrekken moet tijdens het opdrogen van het vochtige papier het geheel vastgezet worden.

In een laatste poging tot gewichtsbesparing is de hele staart opnieuw uitgevoerd in lichtgewicht schuimplaat (geen Depron). Hoewel een deel van de besparing weer verloren ging bij het camoufleren van het plastic is er toch 1 gram bespaard = ongeveer 5 gram minder in de neus.

Het hele model, alles inbegrepen behalve het aandrijfrubber, komt uit op 83 gram en het is onwaarschijnlijk dat er nog neusballast bij komt omdat de gedetailleerde “motor” deze rol al vervult. De eerste proeven bevestigen deze theorie.

Voor de aandrijving zullen er ongeveer 10 gram rubber nodig zijn waardoor het complete model 7 gram minder weegt dan de 100 gram die op de tekening vermeld staan.






Omhoog