Henry J. Nicholls' Junior Monitor II


Up / terug

Niet gezien in Artis maar een gemiste kans op Marktplaats. Een mede liefhebber zocht uit wat het was, namelijk de “Mercury Monitor” , een vintage lijnbestuurd modelvliegtuig.

Na de oorspronkelijke teleurstelling kwam het idee om twee van deze oldtimers te gaan bouwen. De beschikbare tekening, afkomstig uit een bouwdoos, gaat uit van de aanwezigheid van voorbewerkte onderdelen die niet goed weergegeven worden laat staan dat zij op de werkbank voorhanden zijn. Improviseren dus.

Mercury Models werd na WOII opgericht door de bekende Engelsman Henry J. Nicholls, een bijzonder veelzijdig en begaafd man. De Monitor is een vroege Nicholls-creatie en bijna zo lelijk en minstens zo leuk als die van zijn tijdgenoot en collega W.O. Fisher (Performance Kits) die uitsluitend vreemde creaties produceerde.

De voor het project gebruikte tekening in PDF-formaat is afkomstig van de Outerzone website, is met PaintShopPro in delen op A4-papier afgedrukt en vervolgens samengevoegd met plakband. Het opsplitsen in A4-mootjes kan tegenwoordig automatisch met de Adobe Acrobat “poster” functie - ik deed er natuurlijk een hele avond over met prutsen...

Op de Outerzone-tekening zijn afbeeldingen toegevoegd van balsa plankjes waarop de ribben zijn afgedrukt. Het vertalen van deze plaatjes naar accuraat uitgesneden ribben is geen sinecure.

De bouwdoos bevatte een voorgevormde neuslijst met een uitsparing aan de achterzijde ten behoeve van de ribben. Mijn neuslijst werd opgebouwd uit twee lagen 10 mm plankhout. In plaats van een uitgefreesde sleuf over de lengte heeft mijn uitvoering vertikale uitsparingen voor de ribben.

Middellijnen van voorlijst en ribben worden bij elkaar gebracht. Het ziet er redelijk uit maar veel nabewerking bleek nodig om alles uit te lijnen.

Alweer een Marktplaatsvondst was deze voorraad ouderwets bekledingsmateriaal, “zijde”. Veel sterker dan papier en prima passend in het tijdsbeeld van dit project..

De eerste vleugel (er moeten immers twee komen) krijgt vorm..

Twee tuimelaars voor de besturing in de maak.

Om speling tegen te gaan krijgt de tuimelaar aan weerskanten een extra plaatje bij het scharnierpunt en ook zijn de bevestigingsgaten voor de stuurlijnen gebussed met stukjes messing buis. De onderste vorktanden worden omgebogen en lopen door de messingbuizen omhoog, terwijl de bovenste vorktanden om de onderste heen gerold worden. De twee vorktanden worden omwikkeld met koperdraad en tot een geheel gesoldeerd.

In het originele ontwerp rust de tuimelaar op een 3 mm triplexplaatje maar voor de stevigheid monteer ik hem liever tussen twee (dunnere) plaatjes.

De vleugeluiteinden zijn afgewerkt, waarbij de buitenvleugel 30 gram lood meekreeg en de binnenvleugel geleidingsbuisjes voor de stuurlijnen.

Ter versteviging, en om de bevestiging aan de romp te bewerkstelligen, is het middendeel van de vleugel beplankt met 1,5 mm balsa.

Messingbuisjes geleiden de stuurlijnen (1 mm staaldraad) naar buiten.

De bouwdoos van Mercury Models kenmerkte zich door een versimpelde constructie ten aanzien van de romp. Dit werd de “holle boomstam”-methode genoemd. Helaas heb ik nergens foto's van de bouwdoos-inhoud kunnen vinden en dus moet ik mijn fantasie gebruiken om de enigszins voorbewerkte balsaklossen na te maken. Mijn vindingrijkheid wordt nog verder op de proef gesteld doordat de persoon voor wie ik dit allemaal doe een aanvullende wens heeft, namelijk een onderstel. Om een verantwoorde constructie te bereiken, waarbij een mogelijk verbogen onderstel van het toestel losgemaakt moet kunnen worden ter reparatie, koos ik ervoor om de motor rechtop te monteren in plaats van liggend. De motordragers van beukenhout vormen nu een betere basis voor het monteren van de onderstelpoten.

Door het met 90° verdraaien van de motordragers ontstond er een probleem met de brandstoftank, van oorsprong een gewoon huisjesmodel. Inkorten van de dragers was niet mogelijk omdat deze het onderstel zullen ondersteunen. Uiteindelijk ontstond er een compromis dat zowel tankvorm, tankinhoud en motordragers ontzag. De tankvorm is van belang om de laatste druppels brandstof naar de toevoerbuis te krijgen – er mag niets op de bodem blijven liggen. Van MDF is een mal gemaakt waarna sjablonen van karton en tenslotte onderdelen van blik (oude koektrommel).

In de tank lopen drie buisjes. Naast de brandstof toevoer naar de motor en een ontluchtingspijp is er een derde buis dat tijdens het vliegen voor druk zorgt. Als de tank vol met brandstof is (= druk) dan zal er weinig lucht binnendringen, maar wanneer de tank leeg raakt zal de naar binnen geperste lucht de teruglopende druk van de brandstof overwinnen en aanvullen. Dit “uniflow” -principe dient er voor om ongeacht de hoeveelheid resterende brandstof een constante druk bij de toevoer te behouden en dus een constante motorloop van begin tot einde van een vlucht – tussentijdse gasregeling is bij lijnbesturing doorgaans niet mogelijk.

Na controle op lekkage is de tank uitgeprobeerd met een 2,5 cc Webra diesel motor. Een mooi constante motorloop van 10 minuten werd behaald ( tankinhoud is ongeveer 40 cc ).

Voordat de tank in de romp verdwijnt krijgt deze een epoxylaag ter conservering. Voor want de binnenkant betreft moeten wij op de wonderolie van de brandstof vertrouwen!

Onder de aluminiumplaat met de motordragers zijn twee dwarsgelegen blokjes beukenhout gelijmd. Deze bevatten 4 mm messing buisjes waarin het onderstel van 3 mm staaldraad past. Het onderstel is demonteerbaar t.b.v.reparaties.

De aluminiumplaat met beukenhouten dragers voor motor en onderstel zit op zijn plaats vastgelijmd.

De neusring van triplex staat niet op de tekening van Mercury, maar zelf vind ik het een goed idee. Het dient voornamelijk om de uiteindelijke rompvorm te kunnen bepalen maar draagt ook bij tot sterkte.

Hier worden vleugel en onderste romphelft samengevoegd.

Van tevoren is er achterin de romp een uitgang gemaakt voor de stang van het hoogteroer.

Motorkap en onderstel hebben vorm gekregen. Vandaag ontstond voor het eerst in maanden het gevoel dat het allemaal gaat lukken.

Het origineel had een permanente bevestigingsmethode voor de motor, te weten stukjes draadeind in de vorm van een “U” die in de motordragers vastgelijmd moesten worden. Zelf hou ik van techniek die ook weer uitelkaar kan en dus schuiven er 4 boutjes door buisjes onderin de neus. De buisjes zijn van gerold papier en onderin is de aluminium motorfundering te zien.

De Monitor is nu aardig compleet.

De staartslof is een stevige affaire, met koperdraad en epoxy vastgemaakt aan een plaatje van 2mm triplex. Er zit ook nog een oogje aan het einde ten behoeve van verankering bij het starten zonder helper.

I get by with a little help from my friends ….” hier laat mijn vriend Klaas zien hoe je Oracover toepast en tevens de scharnieren van het hoogteroer onder de bekleding verstopt – een fraaie methode die ook bij papierbekleding toegepast kan worden.

Voor wie nog niet bekend is met moderne bekledingsmaterialen is de kennismaking met Oracover beslist aan te bevelen. Voorbehandeling van het hout kan achterwege blijven en er kan haast ongestraft hitte toegevoegd worden om de lastige stukken goed te laten krimpen. Het eindresultaat is een taaie bekleding die ook methanolbrandstof prima weerstaat. De aanschafprijs van het materiaal is niet beduidend meer dan dat van poriënvuller en spanlak (dat overigens niet via de post verstuurd kan worden!). Het grootste voordeel is wellicht de afwezigheid van oplosmiddelen en stof, waardoor er zelfs aan de eetkamertafel gebouwd kan worden.

6 maanden na het begin van de bouw is de Monitor af.

Inmiddels beschikken wij wél over een plaatje van de inhoud van de originele bouwdoos... wie goed kijkt ziet dat hierop wordt vermeld dat de bouw in minder dan 3 uur te volbrengen is. Geen commentaar!

Of het tweede exemplaar er net zo uit zal gaan zien staat nog niet vast – wellicht wordt het er een zonder onderstel met liggende motor. Voor de bekleding zal kunstzijde met spanlak worden toegepast en hoe dan ook komt er een oude Engelse diesel voorop. Heeft u soms nog een Elfin, ED of AMCO in ongebruik liggen?

Monitor No.1 is inmiddels verhuisd naar de nieuwe eigenaar en heeft voorop Toledo staal gekregen – een Zom motor!.

Eindelijk vliegt de Junior Monitor, een jaar na het begin van de bouw. Foto genomen in Almere.

Er is alweer een jaar verstreken en het wordt tijd om Monitor Nr.2 maar eens te voltooien. De onderste romphelft werd afgetekend met een papieren mal (bovenaanzicht) en met de decoupeerzaag uitgezaagd.

De volgende stap: het aftekenen van het zijaanzicht met een uitsparing voor de vleugel.

Zaagsneden tot de lijn van het vleugelprofiel.

Het materiaal tussen de zaagsneden met een scherpe beitel verwijderen.

Tot slot de uitholling met een rasp zo verfijnen dat de vleugel er netjes in past.

Deze keer volg ik de originele constructie met de motor op z'n kant (en geen onderstel). De 8 mm beukenhouten balkjes lijken wat mager voor de dikke diesels die aanbevolen werden – zoals de 3,5 cc AMCO. Zelf koos ik de 2,5 cc AM omdat deze uit dezelfde stal afkomstig is als het model: Henry J. Nicholls' Mercury merk.

Volgens tekening verdwijnen de koppen van de bevestigingsbouten van de motor in de rompconstructie en derhalve worden zij geborgd met wat aangesoldeerd staaldraad. Het toegevoegde blik is mijn eigen wanhopige poging om de balkjes wat te ontzien.

Even een brandstoftankje op maat maken.Voorafgaand aan het blikken model is er een kartonnen exemplaar gemaakt en telkens weer bewijst deze stap zijn bestaansrecht omdat ik altijd dingen over het hoofd zie. Een kleine tip voor lezers die ook “Davelaar”-koekblikken gebruiken als tankmateriaal: wanneer je het opgeplakte etiket met azijn afweekt dan wrijf je ook de roestvlekken onder het etiket makkelijk weg.

Toen de eerste tank (rechts) op de proefbank met de AM25 motor werd uitgeprobeerd bleek er maar voor 2 minuten en 15 seconden brandstof in te kunnen. Met enige tegenzin is er een 20% grotere tank gemaakt (links)- een nog grotere past niet in de beschikbare ruimte. De tank heeft “uniflow” beluchting en een schot.

De motordrager krijgt een plaats in de houten romp. Stukje-bij-beetje wordt de stevige module voor de helft in het zachte balsahout afgezonken.

Oorspronkelijk meende ik dat de liggende motoropstelling veel eenvoudiger te maken zou zijn dan de rechtopstaande variant in het eerste model, maar dat viel tegen. Een romp uit massief materiaal is gewoon een hoop prutswerk, hoe je het ook aanpakt.

Schuren tot je erbij neervalt: mijn klompromp ontstond niet op een fabrieksdraaibank maar door uren handwerk en met de kopzorg dat er te veel materiaal weggenomen zou worden!

Nu nog staart, kielvlak en cabine – en de startwagen (afneembaar onderstel oftewel “dolly”)

Staart en kielvlak zijn voorafgaand aan het monteren alvast met nylon bekleed. Zeer lastig materiaal in vergelijking met spanpapier, vooral bij het kaarsrecht afsnijden zonder rafels.

Na Monitor Nr. 1 besloot ik om de cockpitbeglazing anders aan te pakken – deze keer geen ruitje maar een makkelijker te plaatsen “canopy” waar brandstofresten minder snel greep op krijgen.




Een prettige manier om de nylonbekleding op maat te snijden is om eerst een papieren sjabloon te maken en deze, met water natgemaakt, op het nylon te leggen. Het water zorgt voor tijdelijke hechting en door de mal te volgen met de schaar is het lastige materiaal snel en secuur geknipt.

Het te bekleden houtwerk is meerdere keren met spanlak behandeld. De nylonbekleding wordt eroverheen gelegd en met verdunner (thinner) doordrenkt waarna het zich vastmaakt. Tijdens het opdrogen van de verdunner kunnen kleine plooien en bellen weggewreven worden.

Nylon trekt wel strak bij verhitting maar neemt na het afkoelen weer de oude vorm aan. Het is dus zaak om zoveel mogelijk plooien weg te werken bij het bevestigen, maar spanlak doet zijn werk ook wel.

Maar weer eens wat anders in de cockpit : een 50-er jaren figuur.

Op de doos van de Monitor bouwpakketten stond een model afgebeeld dat voorzien was van Mercury-emblemen. Wellicht zijn deze in Engeland te bestellen maar wat ik zelf kan doe ik ook. Hier wordt ouderwets (gegomd) plakband voorzien van een spanlaklaag* en beschildering. Later zal de beschildering losgeweekt worden in water: een transfer.

* Spanlak voorzien van een klein beetje wonderolie voor elastischiteit.

De afbeelding op de dozen van de bouwpakketten laat een wedstrijdnummer 15 zien – ongetwijfeld een verwijzing naar de cilinderinhoud van aanbevolen motoren (.15 cubic inches = 2,5cc). Te moeilijk om te schilderen en dus ook als transfer uitgevoerd.

Achteraf bekeken had de romp een kleinere diameter mogen hebben want nu komt de cilinderkop van de motor niet ver genoeg naar buiten met als gevolg veel afgewerkte olie in de motorruimte. In een poging om dit verschijnsel iets te beteugelen is er een aluminium kraagje gemaakt dat hopelijk veel rommel buitenboord gaat houden.

Na veel spanlaklagen was de bekleding nog behoorlijk poreus. Uiteindelijk maakte ik gebruik van een blik PU vloerlak dat ik had aangeschaft om een model met methanolmotor brandstofbestendig te maken. Het resultaat (na één laklaag) ziet eruit als solarfilm.

De tweede Junior Monitor is af.

Zwarte olie op de buitenste vleugel na de eerste geslaagde vlucht. De turbulente wind stond vliegen eigenlijk niet toe maar wij moesten het ding gewoon uitproberen. De allereerste startpoging mislukte, waarbij het model over mijn hoofd vloog en zich in de grond boorde. Verblind door de zon kon ik het niet eens volgen maar het liep allemaal goed af met alleen een kapotte prop. Daarna ging het beter. Het is een snel model en ook wendbaar, maar het moet nog even wennen en mijn respect voor de kleine jongens die er in de jaren '50 mee aan de gang gingen wordt al groter.






Omhoog